Dysenterie

Bij dysenterie wordt brijvormige mest gevormd met glazig tot geel slijm. Daarna wordt de mest waterig en slijmerig met bloedbijmenging. Op sectie ziet men fibronecrotische membranen op het slijmvlies van de dikke darm, die gevuld zijn met bloederige fibrine. Aangetaste dieren vermageren, lijden aan bloedarmoede en kunnen sterven. Andere dieren herstellen maar blijven chronisch drager en uitscheider en daardoor een bron van besmetting. Niet zelden treden er mengbesmettingen met andere ziekteverwekkers op.

Zoeken