Endoparasieten

Een van de belangrijkste wormbeschadigingen bij het varken wordt in het slachthuis vastgesteld als „Melkvlekken“ op de lever. De beschadiging van dit cruciale orgaan leidt tot verminderde voervertering en dus verminderde groei.
Naast de leverletsels ziet men bij wormen – afhankelijk van het soort – longontstekingen, maagdarmstoornissen, bloedbeeldveranderingen en vermindering van de lichaamseigen afweer.
De uitwendige tekenen hiervan zijn groeiachterstand, wegkwijnen, diarree, hoesten en verhoogde gevoeligheid voor infecties (bacteriële pneumonie, oedeemziekte). Ook wordt als gevolg van wormbesmetting een verminderde vruchtbaarheid vastgesteld. De door wormen veroorzaakte groeiachterstand leidt tot een verlenging van de afmestperiode.
Die rondwormen (nematoden) van het varken kent verschillende families. Wormbesmettingen hangen af van de huisvesting, de bedrijfsgrootte, de stalinrichting en de leeftijd van de dieren. Ook het management (bvb. weidebeloop, frequentie van uitmesten) beïnvloedt de aanwezigheid van wormen. De besmetting met Ascaris suum is wetenschappelijk de meest bekende parasitose van het varken. Andere nematodenbesmettingen worden veroorzaakt door knobbeltjeswormen (Oesophagostomum spp.), de rode maagworm (Hyostrongylus rubidus (relatief zeldzaam) en zweepwormen (Trichuris).

Spoelworm (Ascaris suum)

De belangrijkste varkensworm is de spoelworm. De vrouwelijke worm wordt tot 30 cm lang en tot 5 mm dik. Een vrouwelijke worm legt dagelijks rond 100.000 eieren, op korte termijn in totaal tot 1,6 miljoen eieren. De eieren komen met de mest in de omgeving en rijpen – beschermd door de eischaal – tot infectieuze larven, die in dit stadium meerdere jaren overleven en infectieus kunnen blijven. De vrijgekomen larven dringen doorheen de darmwand en laten zich met de bloedstroom meevoeren. Hun reis door de organen roept overal massale ontstekingsreacties op. Bij varkens die ongeveer 8 – 9 weken voor de slacht besmet zijn, is deze schade zichtbaar als de „Melkvlekken“ in het slachthuis. Ernstig aangetaste levers worden afgekeurd. Na het doorkruisen van de lever bereiken de larven via het hart de longen. Ze boren zich doorheen de bloedvatwand naar de longblaasjes, komen in de luchtpijp en worden opgehoest en weer ingeslikt om terug hun eindstadium in de darm te bereiken. De longpassage kan leiden tot hoesten, ademnood en koorts. Bij slachten ziet men op de longen talrijke puntvormige bloedingen. Soms geven de longletsels aanleiding tot bijkomende bacteriële besmettingen. De volwassen wormen in de darm veroorzaken schade door hun eigen bewegingen, de uitgescheiden stofwisselingsproducten en het onttrekken van voedingsstoffen. Bij massale besmettingen kan het komen tot darm- of galgangverstoppingen.

Knobbeltjesworm (Oesophagostomum spp.)

Deze parasieten bevinden zich vooral in de blinde en de dikke darm. De eieren worden met de mest uitgescheiden. De larven van de knobbeltjesworm doorlopen geen reis door de organen zoals spoelwormen, maar bereiken rechtstreeks de blinde en dikke darm. Daar dringen ze binnen in het slijmvlies en leiden tot de vorming van knobbeltjes in de slijmhuid. Deze weefselreacties nemen toe naarmate het varken zich meer en meer besmet. De ontwikkeling van de worm gaat gepaard met slijmerige, bloederige diarree, verminderde eetlust, sterk gewichtsverlies en soms sterfte. Bij de terugkeer van de larven in de darmholte breken knobbeltjes af met verwondingen tot gevolg. De volwassen wormen leven aangehecht aan het darmslijmvlies en voeden zich met weefsels en lichaamssappen. Ze blijven minstens 200 dagen actief. Een sterkt besmette zeug kan in het kraamhok meerdere miljoenen eieren per dag uitscheiden, omdat de knobbeltjesworm met toenemende leeftijd steeds sterker wordt. Vooral oudere zeugen worden getroffen. In tegenstelling tot biggen en vleesvarkens verloopt een besmetting door knobbeltjeswormen bij volwassen varkens meer chronisch: soms worden vruchtbaarheidsproblemen, meer doodgeboren biggen en verlaagde worpindex gezien; bij biggen valt een lager gewicht op.

Zoeken