Ketonemie: een stofwisselingsstoornis met gevolgen

Een toenemende melkproductie vormt een risico voor de diergezondheid en stelt daarom hogere eisen aan huisvesting, voer en verzorging van de dieren. Vooral het management in het laatste derde van de lactatie en tijdens de droogstand zorgen ervoor dat de koe met een gezonde stofwisseling en een goede afweer de volgende lactatie tegemoet gaat. Voederfouten, onvoldoende koecomfort en stress op dit zeer gevoelig ogenblik kunnen leiden tot stofwisselingsproblemen achteraf.

De energiebalans van de hoogproductieve koe

Vrijwel elke koe ondergaat tijdens de eerste maanden van de lactatie een negatieve energiebalans (NEB). Vooral tussen de 2de en 5de lactatieweek kan de voeropname de melkproductie niet bijbenen. Hoogproductieve koeien lopen dan een risico op stofwisselingsstoornissen zoals Ketonemie (acetonemie). Niet altijd is dit zichtbaar aan het dier, want meestal treedt ze subklinisch in de koppel op (bij tot 40% van de dieren). Ketosekoeien breken door hun energietekort meer lichaamsvet af: vrije vetzuren (NEFA, non esterified fatty acids) en ketolichamen (ß-hydroxyboterzuur) komen in de bloedbaan terecht. Als gevolg hiervan wordt de voeropname geremd. Bij een zeer intensieve afbraak van lichaamsvetten ontstaat er een massieve afzetting van vet in levercellen (vetleversyndroom). Een vervette lever kan haar ontgiftende functie niet langer vervullen: de lichaamseigen afweer neemt af en de gevoeligheid voor ziekten na het werpen en voor vruchtbaarheidsstoornissen nemen toe. Vooral koeien, die laat drachtig werden, neigen vooral in het laatste derde van de lactatie naar vervetting. Dergelijke dieren vertonen dan in de volgende lactatie een duidelijke negatieve energiebalans en het probleem doet zich voor.

De vicieuze cirkel kan doorbroken worden

Tijdens het laatste derde van de lactatie en het begin van de droogstand moeten de huisvesting en het rantsoen aangepast worden zodat de vicieuze cirkel kan vermeden worden. Ontstaat er toch een ketonemie, dan moet deze onderkend worden. De vroegtijdige diagnose van ketonemie gebeurt door het bepalen van ß-hydroxyboterzuur in het bloed.

Zoeken