Kalfziekte (melkziekte)

Geboorteparese, beter gekend als kalfziekte of melkziekte, is een van de vaakst voorkomende stofwisselingsstoornissen rond de kalving. Tussen 6 en 10% van de koeien vertoont deze ziekteverschijnselen. Tot 30% van de gekalfde koeien lijden eraan. Er zijn verschillende factoren, die het ontstaan van melkziekte bevorderen, waarbij vooral het rantsoen van de droogstaande koe beslissend is:

  • Calciumrijk voer
  • Kaliumrijke rantsoenen

In beiden gevallen wordt calcium vertraagd uit de lichaamseigen reserves vrijgezet. In het voerrantsoen zou een Ca-/P-verhouding van 1,5 - 2:1 aangehouden moeten worden.

  • Teveel energie
    De droogstaande koe lijdt vaak aan leververvetting. Daardoor wordt minder vitamine D aangemaakt.  
  • Met toenemende leeftijd en aantal lactaties neemt de kans op melkziekte toe.
  • De kans dat een koe met een voorgeschiedenis van melkziekte na de volgende kalving opnieuw deze ziekte vertoont ligt boven 50%.

De wetenschappelijke schade van melkziekte omvat o.a. de dalende melkproductie, het sneller opruimen van de koe en het verhoogde risico op andere ziekten. Melkziekte kan ook andere ziekten bevorderen, zoals het opblijven van de nageboorte, uierontsteking en lebmaagverplaatsingen. 


De calciumspiegel in het bloed heeft een aanzienlijke invloed op de vruchtbaarheid van de koe. Een tekort aan calcium na de kalving kan leiden tot een uitstel van eerste bronst en daardoor een verlengde tussenkalftijd.

Zoeken