E. coli infectie

Escherichia coli is een overal voorkomende kiem. Ze behoort tot de normale flora van het einde van de dunne darm en de dikke darm bij warmbloeddieren.
De belangrijkste ziekte door E. coli ligt in het complex van de pasgeboren kalverdiarree. Daarnaast veroorzaakt de kiem ook septicemie bij kalveren en uierontsteking bij melkkoeien. Runderen kunnen als drager van bepaalde toxines ook een potentiële besmettingsbron voor de mens zijn.

Oorzaken

E. coli is een gramnegatief staafje.
Slechts bepaalde types E. coli veroorzaken ziekte. De kiem komt overal voor en is een normale bewoner van de dikke darm. Sommige eigenschappen van de bacterie verklaren het ziektemakend vermogen. Aan de hand van de antigenen in het kapsel van de bacterie kunnen de bacterie zich vasthechten aan de darmvlokken en de darmcellen, die vervolgens meer secreteren.
Daarnaast kan E. coli ook toxines vormen. De toxines of de gehele kiem zelf kunnen in de bloedbaan terecht komen en zo de organen bereiken, inclusief het centrale zenuwstelsel. Het kan dan komen tot een bacteriemie, septicemie of toxemie.

Symptomen

E. coli veroorzaakt neonatale kalverdiarree in de eerste en tweede levensweek. De tijd tussen besmetten en ziek worden bedraagt 24 – 48 uur. De kalveren vertonen een waterige, grauwgele diarree. Soms wordt ook bloedbijmenging waargenomen. De lichaamstemperatuur is niet altijd verhoogd. Kalveren drogen uit door het hoge water- en elektrolytenverlies. De verdikking van het bloed leidt tot verstoringen van de bloedsomloop. Er ontstaat verzuring (acidose). Bij een acuut verloop duurt de ziekte 3 tot 6 dagen. Overlevende kalveren verkommeren en kunnen na weken toch nog sterven.

Diagnose

Het aantonen via bacteriologisch onderzoek van E. coli is nodig. Omdat de bacterie ook tot de normale darmflora behoort, is een diagnose pas zeker als ook de directe en indirecte ziektemakende eigenschappen (virulentiemerkers) aangetoond worden.
De ziekteverschijnselen in samenhang met de leeftijd van het dier laten een E. coli besmetting vermoeden. Bij autopsie vindt men geen typerende letsels.

Mengbesmettingen moeten onderscheiden worden van een enkelvoudige E. coli besmetting. Het onderscheid moet gemaakt worden met salmonellose, Campylobacter infecties, BVD, andere virussen van de darmen, alsook met niet besmettelijke oorzaken zoals voer- of hygiëne gerelateerde aandoeningen.

Ondersteunende therapie

Een snel herstel van de tekorten aan vocht en elektrolyten is belangrijk. Bayer heeft hiervoor een doeltreffend aanvullend dieetvoeder (Glutellac®).

Zoeken