Vragen over diarree en orale rehydratie

Waarom veroorzaakt diarree zo'n enorme economische verliezen?

Wat zijn de hoofdoorzaken van niet-besmettelijke kalverdiarree?

Welke kiemen zijn de belangrijkste besmettelijke oorzaken van kalverdiarree?

Wat betekent een "osmotische diarree"?

Wat is een "secretorische diarree"?

Op welke leeftijd vertonen de kalveren het vaakst diarree?

Wat is het belangrijkste ziekteteken van diarree?

Wat zijn de 4 problemen bij kalverdiarree?

Hoe kun je de ernst van de uitdroging door kalverdiarree aan het kalf zichtbaar herkennen?

Wat is metabole acidose?

Waarom is een eletrolytentekort slecht voor het kalf?

Waarom is natrium bij orale rehydratie voor het dier belangrijk?

Waarom is de toevoer van bicarbonaat bij kalveren met diarree of uitdroging van belang?

Welke rol speelt het tekort aan energie in geval van kalverdiarree?

Wat houdt de "ondersteunende behandeling" bij diarree juist in?

Wat is orale rehydratietherapie? Welke betekenis heeft dit?

Waarom is melk niet voldoende als bron van vloeistof en elektrolyten?

Wanneer een orale rehydratieoplossing de verliezen door diarree kan corrigeren, waarom dan nog melk bijgeven?

Waarom stopt Bayer geen bicarbonaat als bufferende stof in elektrolytendrankjes?

Welke voordelen biedt acetaat boven bicarbonaat?

Vragen en antwoorden over diarree en orale rehydratie

Waarom veroorzaakt diarree zo'n enorme economische verliezen?

De economische verliezen bij diarree worden veroorzaakt door de kosten voor behandeling en laboratoriumonderzoek, de groeiachterstand, de aanzienlijk verhoogde arbeid en de sterftegevallen. Bovendien vormt diarree een toegangspoort voor bijkomende besmettingen.

Wat zijn de hoofdoorzaken van niet-besmettelijke kalverdiarree?

Fouten in de melkvoorziening en het management van de kalveren spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van diarree. Diarree wordt bevorderd door bvb. te weinig of te veel melk per voederbeurt, te warme of te koude melk, bewaring- of mengfouten of verminderde stalhygiëne. Van bijzonder belang is de optimale biestverstrekking aan het pasgeboren kalf.

Welke kiemen zijn de belangrijkste besmettelijke oorzaken van kalverdiarree?

De belangrijkste besmettelijke veroorzakers van diarree bij het kalf zijn Rota- en Coronavirussen, bacteriën zoals Escherichia coli (E. coli) en Salmonella maar ook eencellige parasieten zoals Cryptosporidium en coccidiose.

Wat betekent een "osmotische diarree"?

Een osmotische diarree ontstaat bvb. bij een besmetting door Rota- of Coronavirussen. De darmvlokken van de darmslijmhuid zorgen voor de opname van voedingsstoffen uit de darm. Door Rota- en Coronavirussen worden deze darmvlokken verstoord. Voedingsstoffen blijven als osmotisch werkzame deeltjes in de darm achter en water stroomt daardoor terug in de darmholte ("osmotische diffusie").

Wat is een "secretorische diarree"?

Een secretorische diarree ontstaat bvb. bij een besmetting door E. coli bacteriën. Enterotoxische E. coli leiden tot een massale uitscheiding van chloride ionen in de darmholte. Om de electroneutraliteit te bewaren, volgen hierop de natriumionen. Daardoor ontstaat een osmotische gradiënt waardoor er in toenemende mate water in de darmholte stroomt en de zogenaamde "secretorische diarree" ontstaat.

 

Op welke leeftijd vertonen de kalveren het vaakst diarree?

Vooral pasgeboren kalveren en kalveren tijdens de eerste 4 levensweken hebben last van diarree. Na de E. coli besmettingen tijdens de eerste levensweken volgen vooral in de tweede en derde levensweek de diarreegevallen die veroorzaakt zijn door Rota- en Coronavirussen. Cryptosporidiose komt voor van de eerste tot de vierde levensweek, terwijl Eimeria soorten (coccidiose) in de regel pas vanaf de derde levensweek een oorzakelijke rol spelen.

Wat is het belangrijkste ziekteteken van diarree?

Het meest opvallende teken van diarree is de frequentere en verhoogde mestproductie. Bij zware aandoeningen verliezen kalveren tot 10% van het lichaamsgewicht aan waterige mest. Vanuit diergezondheid zijn vooral de gevolgen van de verhoogde mestproductie van belang.

Wat zijn de vier problemen bij kalvercoccidiose?

De grootste problemen voor het kalf ontstaan door de grote verliezen, die bij zware diarree optreden:

  • Uitdroging
  • Elektrolytenverlies
  • Metabole acidose (verzuring)
  • Energietekort

Hoe kun je de ernst van de uitdroging door kalverdiarree aan het kalf zichtbaar herkennen?

Bij uitdroging is het algemeen welzijn van het kalf verstoord. De beoordeling van het vermogen om te staan, de diepte van de ogen (enophtalmie), de huidturgor (optillen van een huidplooi) en de huidtemperatuur maken een inschatting mogelijk van de mate van uitdroging.

Mate van uitdroging
Gering Matig Ernstig
(tot 4% LG) (4-8% LG) (> 8% LG)
Vermogen tot staan Behouden Zit rechtop Ligt op de zij
Enophtalmie < 2 mm 2-4 mm > 4 mm
Huidplooi normaal 4 sec. 6 sec. > 6 sec.
Huidtemperatuur Warm Koel Koud
LG= lichaamsgewicht

 

Wat is metabole acidose?

Een metabole acidose houdt een "oververzuring" van het bloed in, waardoor de pH waarde van het bloed afneemt. De acidose ontstaat vooral door het verlies van bufferstoffen, zoals bicarbonaat. De normale pH waarde in het bloed bedraagt 7,28 tot 7,4. Afwijkingen van deze waarden hebben een negatieve invloed op veel stofwisselingsprocessen, waaronder de activiteit van enzymen.

Waarom is een elektrolytentekort slecht voor het kalf?

Elektrolyten zijn stoffen, die in een waterige oplossing de elektrische stroom kunnen geleiden. De verdeling ervan in het lichaam resulteert in een gevoelig evenwicht, dat als basis dient voor vele biochemische processen in het lichaam. De belangrijkste elektrolyten in de elektrolytenhuishouding zijn Natrium (Na+), Kalium (K+) en Magnesium (Mg2+) als positief geladen deeltjes (kationen), evenals Chloride (Cl-) en Bicarbonaat (HCO3-) als negatief geladen deeltjes (anionen).

Waarom is natrium bij orale rehydratie voor het dier belangrijk?

Natrium is bij uitgedroogde kalveren enorm belangrijk voor de balans in de elektrolytenhuishouding. Natrium ondersteunt de behoefte aan vocht omdat het na opname in de cellen tot osmotisch aantrekken van water leidt. Daarnaast doet het ook dienst als cotransporteur voor glucose in de darm en draagt zo bij tot de energietoevoer.

Waarom is de toevoer van bicarbonaat bij kalveren met diarree of uitdroging van belang?

Bicarbonaat is de belangrijkste buffer om het zuurbase evenwicht in het bloed in stand te houden. Bij kalveren met diarree en acidose neutraliseert het bicarbonaat de grote hoeveelheden zuren die in het bloed opgehoopt worden.

Welke rol speelt het tekort aan energie in geval van kalverdiarree?

Pasgeboren kalveren zijn op bijzondere en hoogwaardige voeding aangewezen. Ze hebben door het grote lichaamsoppervlak in verhouding tot hun gering lichaamsgewicht een hoge stofwisseling. Daarnaast ligt hun groei zeer hoog. Melk vervult deze behoefte aan hoogwaardige voedingsstoffen: het bevat veel energie, eiwit en talrijke mineralen, sporenelementen en vitaminen. De enzymen in het spijsverteringsstelsel van pasgeboren kalveren is alleen gericht op de vertering van melk; de volledige uitbouw van de voormagen bij herkauwers volgt pas na enkele weken. Diarree leidt tot een verminderde resorptie van essentiële voedingsstoffen in combinatie met een hoge energiebehoefte. Dit verklaart het enorme belang van de energietoevoer bij kalveren met diarree.

Wat houdt de "ondersteunende behandeling" bij diarree juist in?

De ondersteunende behandeling van kalverdiarree bestrijdt de gevolgen van de diarree bij het kalf. Door toevoer van vocht moet de uitdroging bestreden worden (zgn. rehydratietherapie). Zolang het kalf nog zelfstandig drinkt, moet dit oraal gebeuren; zoniet moet dit via een infusievloeistof plaatsvinden. Verder moet het elektrolytentekort hersteld worden. Tenslotte is ook de energietoevoer van belang, omdat het kalf zijn eigen weefsels afbreekt. In het ideale geval wordt daarom de melktoevoer behouden. De vaak levensbedreigende metabole acidose moet onmiddellijk door de toevoer van de gepaste bufferstoffen gecorrigeerd worden.

Wat is orale rehydratietherapie? Welke betekenis heeft dit?

De ideale orale rehydratietherapie corrigeert eenvoudig en doeltreffend de gevolgen van de diarree.

Waarom is melk niet voldoende als bron van vocht en elektrolyten?

Volle melk bevat genoeg elektrolyten en bufferstoffen, om de bestaande behoefte van een gezond kalf te dekken. Deze hoeveelheden zijn ontoereikend om de verliezen door diarree te corrigeren. Afhankelijk van de ernst van de ziekte zijn rehydratievloeistoffen essentieel.

Wanneer een orale rehydratieoplossing de verliezen door diarree kan corrigeren, waarom dan nog melk bijgeven?

Een rehydratiedrank bevat doorgaans energie, zodat het kalf met diarree geen groeistilstand oploopt of zelfs vermagert. Daarom bevatten de meeste rehydratiedranken ook glucose. De hoeveelheid glucose is echter beperkt, omdat glucose osmotisch werkzaam is. Een te hoge hoeveeheid glucose zou immers leiden tot een waterinstroom in de darmholte vanuit het bloed, met nog meer diarree tot gevolg. Melk kan echter als natuurlijke leverancier van energie ook aan het kalf met diarree gegeven worden. Zelfs bij darmepitheelbeschadiging kunnen de voedingsstoffen uit de melk toch nog (deels) opgenomen worden. Kalveren vermageren daardoor niet. Bij het doorgeven van melk blijven kalveren groeien ondanks de diarree.

Waarom stopt Bayer geen bicarbonaat als bufferende stof in elektrolytendrankjes?

De meest frequent ingezette buffer is bicarbonaat. Bicarbonaat werkt direct bufferend en leidt zo bvb. al in de gewenste zure lebmaaginhoud tot een verhoging van de pH waarde. Deze pH verhoging verstoort de stremming van de melk in de lebmaag. Ongestremde melk verteert slechter wat tot diarree kan leiden. Elektrolytendrankjes die bicarbonaat bevatten, mogen dan ook niet samen met de melk of gemengd toegediend worden.

Welke voordelen biedt acetaat boven bicarbonaat?

Acetaat is in de stofwisseling in het lichaam een precursor van bicarbonaat. Dit betekent dat na opname het acetaat eerst in de lever wordt omgezet tot bicarbonaat. Acetaat vervult dan ook dezelfde werking als het lichaamseigen bicarbonaat, zonder dat het tot de ongewenste verhoging van de pH in de lebmaag leidt. Daardoor wordt de stremming van de melk niet beïnvloed en bijkomend wordt de bacterieremmende werking van de zure maaginhoud behouden.

Zoeken